
Wet inzake de luchtverontreiniging
Artikel 43
1
Onze commissaris in de provincie waar een inrichting geheel of in hoofdzaak is gelegen, een toestel zich bevindt of een verontreinigende handeling wordt verricht, kan, indien naar zijn oordeel door die inrichting, door een deel van die inrichting, door dat toestel of door die verontreinigende handeling de lucht zodanig is of dreigt te worden verontreinigd dat aanmerkelijk gevaar voor de gezondheid, onduldbare hinder of ernstige schade te duchten is, en het treffen van een andere voorziening niet kan worden afgewacht, de betrokkene bevelen de inrichting of het desbetreffende deel van de inrichting te sluiten, het toestel buiten werking te stellen, onderscheidenlijk de handeling te staken.
2
Bij het geven van een zodanig bevel wordt het tijdstip bepaald, waarop ten aanzien van dat bevel de verplichting ingaat.
3
Onze commissaris in de provincie geeft aan het eerste lid geen toepassing zonder aan de betrokkene de gelegenheid te hebben geboden binnen een daartoe te stellen termijn de oorzaak van de verontreiniging weg te nemen, tenzij naar zijn oordeel de geboden spoed zich daartegen verzet.
Jurisprudentie bij dit artikel
- Hieronder wordt een selectie van de bijbehorende jurisprudentie getoond.
- Geen resultaten gevonden voor de door u opgegeven zoek termen.